Binnenkort is het zover: de basisschool uit, de middelbare in. Nieuwe school, nieuwe vakken, nieuwe mensen… en 100 keer verdwalen in de eerste week. Hoe overleef je dat? We vroegen het aan twee ervaringsdeskundigen: Hilde, die “vroeger” naar school ging en nu een van de medewerkers bij de leerlingenbalie van het Gerrit Komrij College en Vajen die er nu middenin zit en een van de brugklassers is.

Hilde:
Fantastisch! De brugklas was toen nog een apart gebouw. Soms had je les op een andere locatie en dan mocht je door het dorp fietsen — dat voelde alsof je op wereldreis ging.
We hadden nog geen mobieltjes, hè. Dus als je met iemand wilde afspreken, moest je het gewoon zeggen. In het echt. Met woorden. En gek genoeg ging dat prima!
We mochten het schoolplein niet af, maar dat was niet erg. Iedereen bleef gezellig hangen in de kantine of bij de fietsenstalling. Daar had je trouwens een fietsenrek met nummers, zodat niemand ruzie maakte over plek 17. Superhandig!
En ja, het was een ander tijdperk: leraren rookten nog in het gebouw. Stel je dat eens voor! En bij handvaardigheid zaten we op zolder. Alleen: op die zolder was de vloer zó gammel dat iemand er ooit doorheen zakte. Die kwam in de gymzaal terecht — een soort gratis parachutesprong. Gelukkig liep het goed af!
Hilde:
Tja, geen internet, geen Magister… Als ik een slecht cijfer had, wist niemand dat. Tenzij ik het per ongeluk thuis verklapte — wat natuurlijk nooit gebeurde.
Vajen:
Haha, dat is bij ons anders! Mijn moeder checkt Magister bijna vaker dan ik. “Hé Vajen, je hebt een 7,3 voor biologie!” zegt ze dan voordat ik het zelf weet.
Maar verder is het leuk hoor! En ik wil later kinderarts worden — of juf, dat lijkt me ook tof. Soms mis ik mijn telefoon wel om even te checken in welk lokaal ik moet zijn, maar het is ook chill dat we hem niet mogen gebruiken in de les. Minder afleiding, meer tijd om te kletsen — eh, leren natuurlijk.
Vajen:
Druk, gezellig en een beetje chaotisch. De eerste week dacht ik: Help, waar is lokaal 2.14? — maar na een paar dagen wist ik de weg. En ik heb snel nieuwe vriendinnen gemaakt.
Sommige leraren zijn supergezellig, vooral als ze ook even over het dagelijks leven praten. Anderen zijn wat strenger, maar ja, dat hoort erbij.
Vajen:
Dat elk vak z’n eigen lokaal heeft! Op de basisschool bleef je lekker zitten, nu loop je elke 50 minuten met een tas zo groot als een verhuisdoos door het gebouw. In het begin voelde ik me een verdwaalde toerist.
Gelukkig had ik mijn zus op school, die me de eerste dagen een beetje wegwijs maakte. Het lijkt me trouwens echt handig als elke brugklasser een eigen “maatje” krijgt — een oudere leerling die je helpt als je verdwaalt of niet weet waar het wiskundelokaal is.
Vajen:
Maak je niet druk. Iedereen doet alsof ze precies weten waar ze heen moeten, maar geloof me — niemand weet het in het begin. Gewoon volgen en hopen dat ze niet naar het toilet lopen.
Hilde:
En vraag hulp als je iets niet snapt. Niemand vindt dat raar. Oh, en zorg dat je broodtrommel niet openklapt in je tas — daar leer je ook snel van.
Dus, toekomstige brugklassers: verdwalen mag, fouten maken hoort erbij, en het komt écht goed. Voor je het weet, ben jij de ervaren leerling die lacht om de nieuwe brugklassers die voor de tiende keer in het verkeerde lokaal zitten.
Terug naar het overzicht